woensdag 7 september 2016

Bewegen

Sinds kort ben ik weer aan het trainen geslagen want stilzitten is uit den boze. Ik train bij de PSV Oldstars. De naam zegt het al: Oldstars. Al wat een beetje op leeftijd is, zit erbij. Sommigen spelen nog steeds op hoog nivo, anderen moeten het met minder doen.

Ikzelf zit, in mijn dromen, nog steeds op topnivo. Ik drentel van de ene kant van het veld naar de andere. En passant pak ik een balletje af van de tegenstander. Als de situatie erom vraagt doe ik dat met gepast geweld en dat doe ik met verve.

Dat waren m'n dromen. De werkelijkheid is ietsje harder. Ik drentel niet meer zo en dat balletje afpakken, ja, dat doen ze. Ik heb nog heel wat bij te halen. Zeker met dat toernooi in het vooruitzicht. Feyenoord, Vitesse, NEC, RKC dát zijn de namen. Wij, van PSV zijn de kam-pi-oe-nen!

Dat betékent dus, dat ik héél snel en héél wat moet trainen. Dat drentelen en en dat gepast geweld, moet ik afleren. Dat scheelt een hoop gips en revalidatie voor mij. Maar ik zal er zijn tegen die tijd. Mits de PSA waarde niet te hoog is. Het liefst heb ik'm onmeetbaar :p

Want ja, ik zou'm bijna vergeten die tumor van mij! Maar hij is er nog, dat laattie wel merken. Ik puf en hijg dat het een lieve lust is. Het zullen geen opvliegers zijn die ik tijdens de training op voel komen, maar ze zitten er niet veel naast! Non-de-konijn! Ik zweet wat af! M'n tumor is er niet bepaald eentje van ik-werk-mee! Volgens mij zittie ergens in een hoekie met de armen over elkaar voor zich uit te pruilen. Dat moetie mooi zelf weten. Ik zou er niks om geven als die op z'n eigen ging wonen. 'Ga maar uit jij!'

Vandaag kreeg ik het PSV tenue met rugnummer 5. Nu is rugnummer 5 altijd het rugnummer geweest van een goede vriend van me. Ik vond hem een bijter, je was nooit van hem af. Een tekkel waardig (sorry Oscar!). En dát rugnummer, die heilige 5 op míjn rug, dat schept verplichtingen natuurlijk. En jawel hoor, ik was pas na 30 seconden uitgeteld.

Geveld door de hitte luidde het officieel persbericht.  Dáár kon ik me in vinden, want ik ben een bíjter hoor, je bent nooit zómaar van me af! *puf*

Ik ga er voor het gemak, míjn gemak, maar van uit, dat híj, het ook niet kan bolwerken in deze hete omstandigheden (sorry Jan!). Tis ook maar een Deen...uhhh....mens!

De trainer heeft beloofd dat hij me wat zal gaan bijschaven vóór het toernooi. Nou trainer, je doet je best maar hoor! Ik bedoel, als het te warm is, is het te warm! Romario is dan een bruine Braziliaan, ík ben een bruine Indo :p Én, ik heb óók een hoog knuffelgehalte hoor! Al moet ik lesbisch worden!

Binnen het team vinden ze tóch al dat ik er te jong uitzie. Dat hebben ze me op het veld er wel ff ingstampt. Ik voel me op leeftijd nu. Hún leeftijd. Zo ergens tussen de 70 en 80 (sorry jongens!)

Ik sorry wat af sinds ik een tumor heb. Ik mag dan wel véél zeggen, maar niet alles.
Zo ook op het veld. Misschien moet ik wat minder wijzen, misschien moet ik ook wat minder roepen.

Maar als ik dát zou doen, zou ik, ík niet meer zijn. Dus bekijk het lekker! Ik roep en wijs als dat in me opkomt. 'Sorry' kan ik altijd nog wel roepen, indien nodig en als dat zo uitkomt. Sorry!

Rozegeur en maneschijn

Soms, hang ik wat achterover, stoel op de 2 achterste pootjes, je kent dat wel. Dan denk ik na, dan denk ik na over het leven. Over rozegeur en maneschijn.
Als je nog heel jong bent, moet alles eigenlijk vooral rozegeur zijn. Of je moet overmatig poepen of er hangt een ander luchtje aan je gezondheid. Dan zal het tijd voor maneschijn zijn. In ieder geval, als je nog héél jong bent en je bent nog onder de hoede van je ouders, dan zal alles rozegeur zijn. Je ouders behoeden je voor de maneschijn, zo goed als ze kunnen. Of ze laten het oogluikend toe, óók zo goed als ze kunnen.


Of dat goed is? Ik weet het niet. Ik weet inmiddels wèl, dat aan elk voordeel een nadeel kleeft en aan elk nadeel een voordeel.  Een soort van ying en yang dus. Evenwichtigheid. En als je het over evenwicht hebt, hoe houdt je dan rozegeur en maneschijn met elkaar in evenwicht? Hoe bepaal je het gewicht van een voordeel ten opzichte van het bijbehorende nadeel? Want een voordeel mag best zwaarder wegen dan het nadeel, op een bepaald moment. Net zoals dat een nadeel zwaarder mag wegen dan een voordeel, óók op een bepaald moment. Welnu, dat bepaalt ieder voor zichzelf óf dat wordt voor je bepaald. Je gaat dan een bepaald pad op en dat mag jij dan weer rechtbreien wanneer jij je niet 'senang' voelt op dat pad.


Het woord 'senang' zag ik laatst ergens op een ondertiteling. Dan vraag ik me af, wie die zin vertaalt heeft. Iemand met Indische roots? Want net als pisang of ketjap (niet te verwarren met 'kút jap') is senang een woord uit het Maleis, overgekomen uit het Koloniaal tijdperk. Toen het Voormalig Nederlands Indie nog bij Nederland behoorde (rond 1600), daarvóór was het in Portugese handen (rond 1500) en weer dáárvoor deelden de Arabieren de lakens uit. Ja, de eilanden , ínclusief de Molukken, waren toen zeer rijk en werden mettertijd leeggeroofd door diverse volken, waaronder het hedendaagse Nederland verenigd in het toenmalige VOC.


Iedere rechtgeaarde Nederlander kent waarschijnlijk niet de eigen geschiedenis (het zij hem/haar vergeven want domme mensen tref je overal ter wereld aan) maar de uitdrukking 'Je bent de pisang' oftewel 'Je bent de pineut!' moet hij/zij kennen. Waarom in dit geval voor een pisang is gekozen weet ik niet. Kennelijk hield iemand niet van pisang. Net zoals ik niet van spruitjes houd.


Maar goed, rozegeur en/of maneschijn. Ik heb kanker. Uitgezaaide kanker. En das geen rozegeur. Maar ook niet altijd maneschijn. Er moet dus een soort van evenwicht zijn in het hebben van kanker. Wat dat is? Dát weet ik ook al niet. Maar, ík ga daar achterkomen. Of ik nu wil of niet. Ik ga in situaties komen waarin ik het voor- en nadeel moet gaan afwegen. Een evenwicht moet bepalen waarbij ik me 'senang' moet gaan voelen. Dat zal een hele opgave worden. Ga ik dat alleen doen?


Welnee, iedereen die betrokken is gaat er (on)bewust aan meewerken. Iedereen, of je wilt of niet, laat een indruk achter. Waarvoor dank. Díe door jou achtergelaten indruk vormt de basis voor mij, om een bepaalde situatie te verwerken.  En dat kan rozegeur en/of maneschijn zijn. Het evenwicht, echter, bepaal ikzelf, binnen míjn kader. Met andere woorden. Ik ben dééls het product van datgene wat júllie achtergelaten hebben (die indruk weet je nog).


Er is nóg een Nederlands spreekwoord: Wie wind zaait, zal storm oogsten. Dus, wie zal het zeggen, is díe wind joúw wind of die storm joúw storm. Vraag niet naar de bekende weg, maar onderneem een poging een nieuw pad te vinden. Dat is/wordt een uitdaging.  Succes en het ga U goed. ;)



zondag 4 september 2016

Ruis

Ik schrijf nogal wat van me af sinds ik kanker heb en voorwaar, ik krijg zelfs het gevoel dat mijn partner en ik naar elkaar toe groeien. Ja, ik ga steeds méér van d'r houden. Dat wil niet zeggen, dat ik me ga ínhouden.  Dat is dan jammer voor diegenen die aanstoot nemen over wat ik schrijf en hoe ik schrijf. Die personen missen nèt dat stukje vermogen , dat éne stukje wil om de moeite te nemen wat er nu eigenlijk met een bepaald bericht bedoeld wordt. Schrijven zonder bedoeling, is de schijn wekken, dom te zijn.

Net als opmerkingen plaatsen zonder bedoeling. Gelul in de ruimte dus. Maar, behalve dat dat getuigt van enige vorm van dommigheid, is lullen in de ruimte, ook wel slap ouwehoeren genoemd, toch wel leuk. Je kunt dan zeggen wat je wilt zonder dat je er verantwoordelijk voor wordt gesteld. En onder gelijkgestemden, is het een aardig tijdverdrijf. Zogauw, echter, iemand met een serieuzere instelling zich er mee gaat bemoeien, is het hele idee van slap ouwehoeren weg en is iedereen opeens op zijn qui vive.

Ik schrijf om een idee, een algemene gedachtengang, een bepaalde visie aan de kaak te stellen. Ik schrijf dus niet om één persoon of een groep logisch bijelkaar behorende personen aan te pakken. Dat vind ik laf èn dom. Het gaat mij om de visie, om de algemene gedachtengang, het idee. En dan op het gebied van (prostaat)kanker natuurlijk.

Iedereen die ook maar dénkt dat ik één persoon of een groep logisch bijelkáár behorende personen aanpak, die geeft zichzèlf bloot. Want waaróm zou je juist dàt denken....?


Ik mag mij, en met mij velen, ondertussen wel ervaringsdeskundige noemen.  Mijn partner, Anja, heeft ondertussen zoveel meegemaakt en gehoord dat ook zij een bepaalde vorm van ervaringsdeskundigheid bezit. Namelijk, dat van een partner waarvan de partner kanker heeft. Beiden hebben er niet om gevraagd. Dat heeft overigens níemand, dat is trouwens wel een aanname. De kankerpatient niet, zijn/haar partner niet, hun (in)direkte omgeving óók niet. En tóch, heeft iedereen er mee te maken. Bewust of onbewust. 

Iedereen heeft er ook bepaalde gevoelens bij. Ál die gevoelens zijn 'gekleurd'.  Bij ál die gevoelens horen waarheden. Hún waarheden, en het is aan hún om die waarheden te staven en, indien nodig, bij te stellen. Niet voor mij, want wat stikt mij dat nou, maar voor hunzèlf. Want behalve slap ouwehoeren (daar heb je het alweer) kan je ook jóuw waarheid verkondigen als zijnde DE waarheid.  Hoe minder je aangeeft daarbij out-of-the-box te kunnen en willen denken (je blijft dus hardnekkig vasthouden aan jóuw waarheid), hoe minder geloofwaardig je wordt. Men neemt je niet serieus. Je wordt zowaar vergeleken met de dorpsgek. Dat heeft ook wel wat hoor, je wordt tenminste niet ter verantwoordelijkheid opgeroepen.



Bij elk nieuw blogbericht plaats ik een bericht op Facebook ter info, ter bekendmaking. Het valt mij daarbij op dat de serieuze reacties (meestal van kankerpatienten en/of de partner) op de blog zelf geplaatst worden. De minder serieuze reacties (maar niet minder belangrijk) worden op Facebook geplaatst. Waarom? Dat weet ik niet, dat is voer voor de psychologen. Mijzelf maakt het geen bal uit waar de reactie geplaatst wordt, zolang het maar over dit geplaatst onderwerp gaat. Plaats dus geen 'ruis' als reactie. Ik ga er voor het gemak vanuit dat je onderscheidt kunt maken tussen een reactie en ruis. Ik heb óók een voornemen vanaf nu: Ik zal alles, wat ík als ruis ervaar, van het bericht verwijderen.

Dat verwijderen van ruis zal de nodige rimpels in de vijver gaan veroorzaken. So what. Moet je maar nadenken vooraleer je een reactie plaatst. Zogauw ik moet gissen naar de inhoud, ervaar ik dit als ruis.


Bloggen is, voor mij althans, niet zomaar alles van je afschrijven. Nee, bloggen heeft ook iets sociaals, iets intellectueels in zich. Bloggen is misschien wel een soort spel, met eigen spelregels en een bepaald soort spelers. Bloggen heeft ook iets leerzaams. Ík hoop, dat je van mijn berichten leert wat prostaatkanker is, wat het met mij doet, hoe ik het ervaar en voel.  Plaats voor ruís is er niet. Dat is dan weer míjn tekortkoming :p


vrijdag 2 september 2016

Lichaamstaal

Gister (1 september) was er weer een prostaatkankermeeting in de Eik. Thema van vandaag: Prostaatkanker, kan je ermee leven. "Ja", zeg ik, "natuurlijk, je moet wel".


Ikzelf, lach de momenten dat ik me rot voel of ongemakkelijk voel, weg. Lachen is gezond zeggen ze. En inderdaad, ik voel me altijd beter. Maar op die momenten lachen, is kennelijk niet al te verstandig. Vooral wanneer er niet-kankerpatienten aanwezig zijn. Want die begrijpen je niet ook al willen ze dat nóg zo graag! En daar wringt'm de schoen een beetje. Dénk ik. Dit is míjn blog dus ík plaats wat ík denk. Lekker puh!




Nu zijn er tijdens de meeting óók de partners van de prostaatkankermannen aangeschoven. Dat is goed. Dat is héél goed zelfs. Op die manier worden onbesproken onderwerpen benoemd en  besproken. Op die manier ook, weet je dat je als prostaatkankerman, de kanker niet alléén hebt. Je partner heeft het ook, bij wijze van dan. Ze heeft niet de lusten maar wel de last.


Zouden alleen de prostaatkankermannen aanwezig zijn, krijg je een heel andere meeting dan wanneer de partners er óók bij zijn. Dat is altijd wel zo geweest. Sorry partners! Maar, de partners zitten er dus bij en dan kan je maar beter niet teveel lachen. Nee, wanneer je teveel of te vaak lacht, moet je er meteen bij zeggen dat je je kut voelt. Niet dat ze dan wéten wat dat inhoudt, maar dan wéten ze tenminste hoe jij je voelt. Dat wísten ze natuurlijk al, maar nu krijgen ze de bevestiging. Dat vinden ze fijn. Jij voelt je kut en je zegt het. "Ik voel me kut! En daarom lach ik!Ha-Ha-HA!"


Míjn partner, en zij staat daar niet alleen in, zegt dat ik alles weglach wanneer ik me niet lekker voel. "Nah", zeg ik dan, "als je dat zo goed weet, waarom krijg ik dan geen arm om me heen? Waarom dan niet een moment van herkenning? Van nader-tot-elkander-komen?".  Dat geldt niet alleen voor mijn partner, dat geldt voor íedereen in mijn (in)direkte omgeving. Achteraf lullen kan ik ook. Das niet moeilijk, hele voetbalvelden staan er vol mee. Met achteraf-lullers. Cafés ook trouwens, en praattafels. Wat dacht je dáárvan?


Aan de ene kant krijgt een man vaak te horen dat hij zich te macho gedraagt. Doe normaal man! Aan de andere kant moet de niet-man wennen aan het idee dat de wèl-man niet altíjd macho is. In dat  geval voelt de wel-man zich een beetje kut. Wat zegt de niet-man dan? "Laat'm maar, hij is weer eens zielig aan het doen, negeert hem maar. Het gaat wel over". Totdat je kanker hebt. Dan moet je opeens uitkomen voor je gevoelens *zucht*


En daar knelt'm volgens mij de schoen. De prostaatkankerman is kennelijk aan het veranderen tijdens zijn ziekte. Probleem: Hij heeft dat zelf nauwelijks in de gaten. Is dat erg? Welnee, dat is helemaal niet erg. Waarom wordt dat dan, vooral door de partner, wèl als erg ondervonden?


Welnu, eerst dit: Vóór je weet wat er in iemand omgaat, moet je weten hoe die persoon is. Waar en hoe die reageert op een bepaalde situatie. Tot dan, kan je wel denken te weten hoe iemand zich voelt, maar ècht weten zal je het nooit, totdat je zelf in een soortgelijke situatie terechtkomt. Dan denk je "Begreep ik'm maar niet!"


Nu kan je van een vrouw niet verwachten dat die prostaatkanker krijgt. Alsjeblieft niet, want ze heeft het nu al moeilijk genoeg. Maar, er zijn zat andere soorten kanker, dames! Want het zijn juist die vrouwen, die aan een of ander kanker lijden of hebben geleden. Het zijn juist díe vrouwen, die wéten danwel aanvoelen,  wanneer jij het als prostaatkankerpatient moeilijk hebt of moeilijk gaat hebben. Die vrouwen, herkènnen bepaalde situaties.


Partners, van kankerpatienten, op hún beurt, weten waar de ander mee zit. De ander is dan de Lotgenootpartner. Dat zijn zíj, die er niet om gevraagd hebben dat hun partner met kanker opgezadeld zit. Daar heeft die partner (mèt kanker) óók niet om gevraagd, maar dat is een ander verhaal.


Het is dus een héle goede zaak, dat er een gezonde mengeling kankerpatient / partner aanwezig is tijdens een meeting. Maar, het zou óók een hele goede zaak zijn, wanneer de problematiek van de patient en de problematiek van de partner herkènbaar is en blijft. En dat moet geleerd worden. Want wanneer je als partner wéét, dat de ander de problemen weglacht omdattie zich niet lekker voelt, juist dán moet je er voor hem/haar zijn. Want de patient óf de partner lacht niet voor niets. En die uiten zich tenminste nog. Je hebt er ook die zwijgen. Maar óók zwijgen is lichaamstaal.


Élke handeling is een gevoelsuiting, is lichaamstaal. Wanneer je die lichaamstaal kent en herkent, dan is het aan jóu om te handelen. Níet, door achteraf te zeggen dattie teveel lacht omdattie zich niet lekker voelt, maar door op dát moment kenbaar mee te leven (daar zijn cursussen voor :p). Pas dán ben je er voor hem. Pas dán laat je zien dat je bepaalde gevoelens bij hem herkent. En pas dán ga je naar elkaar groeien. Lekker toch, Je mag aan'm ziten, je armen om hem heen slaan, je benen ook als hij sterk zat is, je mag erop zitten, eronder hangen of erin. Alles mag, zolang beiden dat maar als knus ervaart :p




Dit is nu zo mooi aan een 'gemengde' prostkankermeeting. Dan worden er zaken besproken die anders niet besproken worden. Hoe opener hoe beter. Je kunt de ander prikkelen, waardoor er nóg meer gezegd wordt. Dan wordt het onderwerp, of een bepaald onderwerp, nóg meer uitgediept. Dan kan je er op een of ander moment over nadenken en laten bezinken. Je kunt het dan een plek geven in dat door de chemo geteisterd brein of wat daar van over is. De meeting houdt niet op die dag. De meeting gaat door tot de volgende meeting. De voorzitter heeft het er maar druk mee :p




Ik weet het, dit is theorie pur sang. Nu de praktijk nog.

zondag 28 augustus 2016

En toen, opeens, was ik Opa

Ik had zonet mijn kleindochter even in de armen. Dat was de 1e keer. 3 dagen oud is ze inmiddels. Dan kijk je dat  kleine wicht in het gezicht, ze slaapt nog veel, en dan denk je 'Hoe ga je opgroeien', ''Wat ga je meemaken', 'Kom je vaak bij me op bezoek?', 'Wat ga je me vertellen',  'Ga ik koppijn van je krijgen'. Maar dan ook gelijk denk ik 'Hoelang ga ik van d'r genieten'. Want ik weet ook wel dat mijn houdbaarheidsdatum beperkt is. Dat van jullie is dat ook, maar ik weet èn besef dat het zomaar met me afgelopen kan zijn. En dan heb je daar dat kleine ding opeens.


Dan opeens wil ik er nog zo'n 100 jaar aan vast plakken. En dat wil iedereen wel. Helaas pindakaas. 100 jaar is veulsteveul. Ook voor jullie, maar voor mij zeker. Als ik er nog 10 jaar langer over kan doen, ben ik al blij. Dan moet ik niet onder een trein terechtkomen of een 747 op m'n kop krijgen. 10 jaar, dat zal dan ook de leeftijd van die kleine zijn. 10 jaar.


Hoe groot is ze dan? Wat maak je zoal mee tot je 10e? Ik weet het van mezelf al niet meer. Of  toch wel, er dienen zich wat flitsen uit mijn Den Haag tijd en de tijd daarna, dat we in Duitsland woonden. Dat waren m'n 1e 10 jaar zo ongeveer.


Je maakt nogal wat mee hoor, je moet je in de kelders van de flat verstoppen omdat de broers van een kereltje die je met een eind hout een verdiende lel op z'n kop had gegeven naar je op zoek zijn. Of je was in de zandbak aan het spelen en je vader gooide je eerste voetbal van 5 hoog naar beneden. Ik zie en hoor die bal nog stuiteren :) Of  je leert wat je moet doen wanneer die Russen het in hun kop gehaald hadden een atoombom op Nederland te gooien. Of je had net een vechtpartij achter de rug om een meisje (met een indo notabene). Of je ziet je vader op zijn brommer naar de kazerne gaan, met karabijn op de rug. Of je wordt door de parkwacht achternagezeten in het Zuiderpark. Of je ging naar ADO kijken zonder dat je wist wat dat nu eigenlijk is, dat voetbal. Of (in Duitsland) stop je 2 draadjes van een legoblokje in het stopcontact omdat de batterij op is. Daar kan geen stop tegenop! Of (ook in Duitsland) maak je als 8 jarige het je sportleraar in de sprint zó moeilijk, dat hij je nog maar net voor kan blijven. Gelukkig is hij militair en moet hij elke dag trainen :p


En zo zijn er nog tal van flitsen.  Flitsen uit het Haagse en het Duitse. Dus ja, je maakt wel wat mee tot je 10e. Ik kan dus heel wat te horen krijgen. Ik moet dan ook leren om goed te luisteren en af en toe wat zinnigs te zeggen. Want het is heel gauw gezegd: "Ja, maar opa zei......" en dan maar hopen dat ik het goede gezegd heb :p

woensdag 24 augustus 2016

Paracetemolletje

De laatste tijd krijg ik meer en meer last van pijn. Vooral in de beenderen en gewrichtjes. Ik krijg voort pijn bij het opstaan, in m'n knieen. Zelfs in m'n armen tijdens het trainen op de racefiets.


Moest ik vroeger niks van Paracetemol en dergelijken hebben, tegenwoordig grijp ik er vaker en eerder naar. Ik dacht dat ik wel tegen een stootje kon. Dat kan ik ook wel, maar dit is een soort pijn dat erin sluipt.


Ik kom moeilijker uit de auto. Sowieso,heb ik problemen met dit lijf na een lange zit. Of dit nu in een autostoel is, een burostoel of wat voor stoel ook. Bij het opstaan heb ik 'opstart'problemen.


Tijdens het fietsen vandaag, merkte ik dat mijn linkerknie begon te protesteren. Rustig aan verder trappen  dus. Ik weet niet wat dit wil zeggen, maar het lijf laat niet voor niets via de pijn weten dat er iets niet goed zit. Waarom anders pijn? Niet omdat ik dat nu persé lekker vind. Pijn tijdens de sprint, ja, dat kan ik begrijpen. Dat is ook best wel lekker. Best wel? Gewoon lekker dan!


En ergens geloof ik niet in pijnstillers. Wanneer je die slikt, negeer je wat je lijf je wilt zeggen. Ik weet ook wel wattie zegt hoor. Zoiets als "Dat komt ervan! Jíj wilde die chemo en hormoonkuur en bestralingen en Prednison! En wie mag de rotzooi opruimen? Juist ja! Ik! Maar nee, daar geef jij niks om he. Gewoon doen! Niet aan mij denken. Ik, die je overal naartoe heb gebracht. Eikel!" En dus gooit mijn lijf de knuppel in het hoenderhok. Mijn lijf begint nu alle kwaaltjes en pijntjes tegen mij te gebruiken. En ja, ik pik dat.


Kan ik er dan helemaal niks tegen doen? Jawel hoor. Ik ga meer bewegen. Trainen zogezegd. Op de fiets, op het voetbalveld. Mijn lijf en met name de botjes en gewrichtjes moeten weer sterk worden. Ik moet weer zonder pijn door de knieën kunnen en weer omhoog natuurlijk. We gaan het vanzelf wel zien.


Pijnstillers komen in beeld als het echt niet anders meer kan. Als ik lig te kronkelen van pijn op de grond, als ik schreeuwend en kermend achter het stuur zit, als ik scheel van de hoofdpijn je recht in de ogen kijk, pas dan ga ik aan een paracetemolletje denken. Pas dan ga ik er een beetje verliefd naar zitten kijken.

donderdag 4 augustus 2016

(On)rust

Ik kan de laatste tijd maar moeilijk in slaap komen. Dit wordt veroorzaakt door een onmiskenbaar gevoel van rusteloosheid. Ik moet vooral denken aan wat ik heb en hoe ik er van afkom.

Niet de kanker! Nee, daar kom ik niet meer vanaf. Maar vooral wat er in de garage staat en op straat. Ik wil alles aan de kant hebben. Schoon schip maken wordt dat ook genoemd. Een soort van voorjaarsschoonmaak misschien zelfs? Maar dan allesbehalve in het voorjaar.  Nee, je moet het meer zien als een overdracht. Ik ga alles overdragen aan....
Voorbeeldje: De Chrysler en de Vitara gaan de deur uit. Hiervoor in de plaats komt een auto(otje) voor Anja.

En ga zo maar door. Uiteindelijk wil ik niks meer in het huis hebben. Niks. Behalve dat, wat ik op korte termijn zelf nog gebruik.  De rest kan weg. Ik ben met niks gekomen en ga met niks weg. Nou ja niks, ik heb inmiddels wel haar op m'n piel gekregen. Dat moet dan maar mee. Pas als alles aan de kant is, dan pas verdwijnt die rusteloosheid, of in ieder geval, een deel van de rusteloosheid. Pas dan heb ik rust. En dan krijg je ook nog de financiele hersenkrakertjes en weet ik nog wat.

Het moet zo zijn, dat ik, net als een echte trainer, langs de zijlijn sta en af en toe wat geks doe. Zoals op de grond liggen stuiptrekken of een Duck-face trekken of een zogenaamde high-kick doen. En af en toe roep ik 'Naar links!' of 'Naar rechts!'. Verder doe ik gewoon wat ik leuk vind.

Tot dan zal ik heel wat moeten regelen. Ik ga projectjes opzetten. Deze hebben tenminste allemaal een deadline :p. Een deadline is goed. Dan weet je tenminste waar je aan toe bent. Ik ben nog lang geen project! Dat veldje Deadline zal nog wel ff leeg blijven. Net zoals bij de echte 'gezonde'  mensen. Zoals de meesten van jullie :D

Rusteloosheid dus. Ook dat is een signaal vanuit de geest of het lijf. Rusteloosheid geeft je een doel of doelen. Rusteloosheid ook geeft je de energie. Ik zeg niet dat rusteloosheid goed is, maar slecht is het ook niet. Het wordt wel als slecht ervaren omdat je er niet op zit te wachten. Maar ja, ik zat ook niet op die tumor van mij te wachten en toch issie d'r, de l*l!

Het goede van die tumor is, dat ik door die tumor rusteloos ben geworden waardoor ik wat dingen moet gaan doen, gaan regelen ook.  Het nadeel is, dat ik er moeilijk van kan gaan slapen. Het voordeel hiervan weer is, dat ik op enig moment in slaap kan vallen. Ongeacht waar ik ben. Het nadeel is.....ja zo kan ik wel door blijven gaan! Ik ga aan die projectjes beginnen. Schoon schip maken. Overdragen. Vooruit met die geit! Met wie? Met DIE geit!

donderdag 28 juli 2016

Terreur

Gisteren* werd nog eens onderstreept wat terreur zoal inhoudt. Op de dag dat bekend werd gemaakt wat de huidige conditie van mijn tumor is, liet een ander soort tumor weten dat het er óók nog steeds is. Die tumor heet IS of ISIS zo U wilt.



Valt IS te vergelijken met een tumor? Jazeker wel. Een uitgezaaide tumor nog wel.
Indien IS niet uitgezaaid zou zijn, zou het simpel weggesneden kunnen worden. Maar het is uitgezaaid. Uitgezaaid naar in ieder geval Europa. En nu wordt het een ander verhaal. Je kunt de oorspronkelijke bron wel verwijderen, maar die oorspronkelijke bron heeft zich uitgebreid. Naar Europa.


En nu wordt het moeilijk. Want hoe bestrijdt je een uitgezaaide tumor als IS? Net als mijn tumor? Konstant klappen uitdelen? Schoppen mag trouwens ook. Zo ook elleboogjes uitdelen en oren afbijten. Alles is geoorloofd.


Het vervelende is, dat IS dezelfde tactiek hanteert. Alles is geoorloofd. En ik maar snel beginnen met klappen uitdelen want in dit geval, is het altijd te laat! Hoezo verdachte personen in het vrij laten en bewaken. Oppakken die hap! Je bent niet zómaar verdacht! Maar,eenmaal opgepakt, heb je in ieder geval de zekerheid dat díe personen, niet eigenhandig onschuldige mede-landers kunnen vermoorden en kun je je focussen op loslopende cellen die vroeg of laat in de fout gaan.


*Dit bericht heb ik een tijd geleden geschreven. In Maart of Mei, maar het onderwerp blijft actueel. Jammer genoeg.

Stemmingswisselingen


Stemmingswisselingen. Heb ik er last van? Nou niet echt. Heeft mijn (directe) omgeving er last van? Nou, echt wel. 

Het schijnt, of beter gezegd, ik wèk de schijn dat  ik zo af en toe niet te genieten ben. En als ik mezelf zo eens naga, zou dat best kunnen kloppen. Soms heb ik het gevoel, dat ik er niet meer bij hoor. Soms ook heb ik het gevoel dat ik tot last ben, een blok aan het been of daaromtrent.





Bij dat laatste, dat blok aan het been, dáár (ook) heb ik wel een beeld bij. Dat van een vredig kabbelend beekje. Je kent dat geluid van kabbelend water wel toch? Zo'n geluid dat je na wilt bootsen in je tuin. Door een watervalletje ofzo. Ikzelf, ben niet verder gekomen dan het geluid van een zatte piesende kerel in een slootje. Daar word je ook niet echt vrolijk van. Natte schoenen krijg je ervan.



Welnu, dat vredig voortkabbelend water in dat beekje vindt opeens een kei in de weg. Hoewel opeens... het is een voortschrijdend proces maar dat water ziet die kei opeens voor de eerste keer. Het valt'm dan pas op.



'Eej Kei! Gaat's aan de kant!' roept het water. De kei hoort dat wel maar heeft geen pootjes en geen armpjes. Dus hij probeert met alle mogelijke kracht zich aan de kant te werken. Die pogingen mislukken falikant. Het water kan niet anders dan bovenop die kei te kletsen, zich te splitsen (dat kan, tis water he), en zich om die kei heen te wurmen. En zie, een volgende kei ligt in het water. Het water herhaalt de procedure.





Nu ís het zo, dat de ene kei de andere niet is. Zo is ook de omgeving per kei verschillend. Met andere woorden. Omgeving en kei zijn een uniek gegeven voor het water.





Het is óók zo dat die keien niet het water in zijn gekropen. Zeer waarschijnlijk zaten die keien al in de grond. Al ver voordat het beekje een beekje werd. Het vredig voortkabbelend water van het beekje heeft zich, in de loop der tijden, steeds dieper de grond in gesleten. Het heeft het zand om de keien weggespoeld en zodoende de keien bevrijd. Maar nu vormen de keien hindernissen. Zo'n kei voelt zich in eerste instantie, natuurlijk,  bezwaard. 'Sorry water!' zegt de kei 'Maar ik kan niet weg. Je zult om me heen moeten' . 'Geeft niks kei!' zegt het water 'Ik vind het wel goed eigenlijk. Want door jouw aanwezigheid wordt dit beekje mooi. Door jouw aanwezigheid ontstaat er leven in het beekje. Kijk maar onder je, daar wonen rivierkreeftjes. En zie, daar in de luwte, daar zit een mannetjesvis te sjansen met een vrouwtjesvis. Die willen zo ff kuit schieten, wedden?' zegt het water met ondeugende oogjes. 'Het is maar goed dat je me afremt, kei' gaat het water verder 'want daardoor krijgen fauna en flora de tijd en rust om zich thuis te voelen in de beek.'





Met dit verhaal in het achterhoofd bedenk ik me dat het zo slecht nog niet is. Die tumor heeft van mij een kei gemaakt. Daardoor krijg ik een soort van rust. En die rust, is voor ànderen een welkome gift. Zij maken even pas op de plaats. Gaan dan verder, maar vergeten zullen ze me niet. Konstant aan me denken is niet aan te raden, maar zo af en toe.... Want jullie gaan er meer op je weg tegenkomen. Mensen zoals ik :p





Wat wil ik hiermee zeggen?
Je bent altijd, wie je ook bent, wat je ook bent... je bent ALTIJD een voorbeeld voor een ander.
Soms een voorbeeld voor de ander om zó te worden zoals jíj bent. Soms een voorbeeld van hoe de ander pertinent NIET wilt zijn. Maar een voorbeeld, een voorbeeld zal je altijd zijn.





Dus laat me maar ff genieten, van MIJN stemmingswisseling :P

woensdag 27 juli 2016

Ik word niet meer beter

Nee, ik word niet meer beter. Met andere woorden: Ik ben niet meer te genezen.
Ik was al (bijna) niet meer te veranderen, maar nu ben ik ook nog niet meer te genezen. Is er een pluspuntje? Jawel hoor, ik zit voorlopig nog niet in de terminale fase. Dat is pas wanneer je nog maar een paar maanden te gaan hebt. Achteraf gezien, lijken een paar jaar wel een paar maanden, wanneer je zo af en toe eens terugblikt. Dus wat willen een paar jaar gevoelsmatig nog zeggen?

Ik ben dus niet meer te genezen. Daar moet ik steeds vaker aan denken. Daar word ik steeds vaker mee geconfronteerd. Wanneer ik ga sporten, wanneer ik ga winkelen met ons Anja, wanneer we een terrasje doen, wanneer de kinderen er zijn. Dan denk ik weleens: Hoe lang nog? Ik wil nog van alles af hebben, geregeld hebben. Van de andere kant hoor ik dat juist die mensen die van alles gedaan willen hebben, dat dát juist die mensen zijn die heel snel de terminale fase inwandelen. Niet dat ze dat wíllen, maar het is dan net of ze het aanvoelen dat die fase er rap aan zit te komen. Ik heb dat (nog) niet. Poehee, ben ik ff blij! Ik wil nog sporten, werken, de tuin doen, terrasjes pikken.

Er zijn nog zoveel terrasjes waar we nog niet geweest zijn of waar we te weinig geweest zijn. Misschien, wanneer ik aandraag om eens wat vrienden te bezoeken, misschien is het dan zover. Dus dat wil ik nog niet. Die vrienden bezoeken. Ze zien me al aankomen. 'Eeeej, gaade gij dood? Wah luste te drinken?' Dan kan ik weer uitleggen dat het nog niet zover is. Dat dat nog wel enkele jaren op zich laat wachten. Teleurstelling ten top. Vooral onder de wielrenners onder ons. Want ik leg er nog menigeen op! In de spurt. Maar dan moet ik wel nog wat trainen he. Ben geen beest!

Maar goed, ik ben dus nog steeds niet meer te genezen. Ondanks dat er veel aan behandelingen bijkomen. Nieuwe middelen of een combinatie van 'oude' middelen, het maakt allemaal niet uit. Er komen steeds nieuwe behandelingen bij en in een rap tempo ook. Of ik daar baat bij zal hebben gaat de tijd leren. Tot dan toe zit ik nog steeds met die sticker op m'n voorhoofd: Niet meer te genezen.  Aangewezen door een verlichte neon pijl met de tekst 'Hij wordt niet meer beter!'
Zo voel ik me af en toe. En wat blijkt? Dat zijn Stemmingswisselingen. Eén van de bijwerkingen van de Hormoonkuur. En gelukkig, het is niet mijn schuld. Ik mag dat. Anders moeten er miljoenen bijsluiters herschreven worden en wetenschappelijke studies herzien worden.  Ik krijg nu weer een opvlieger. Eerst gaf ik daar niks om, maar de laatste tijd heb ik zoiets van 'daar heb je d'r weer een'.

Ik moet meer bewegen, zeggen ze. Ok, ik ga wat aan voetbaltraining doen en het wielrengebeuren? Dat ga ik tot op zekere hoogte weer oppikken. Eigenlijk moet ik dat met lotgenoten doen want die begrijpen je wanneer je het warm krijgt. Niet van de training, maar gewoon, omdat je dat nu eenmaal krijgt. Of je bent oververmoeid. Niet van de training, maar gewoon, omdat je dat nu eenmaal krijgt. Of..... en zo kan ik wel ff doorgaan hoor.

Werken, dat wil ik ook blijven doen en zo lang mogelijk ook nog's. Dat is goed voor de hersentjes en voor de sociale omgang. Bovendien krijg ik, mede ingegeven door de kanker, meer inzicht in problematiek. Waarschijnlijk omdat ik me steeds vaker, meer in kan leven in een bepaalde situatie. En dat zo objectief mogelijk. Voeg die situatie samen met mijn werkervaring en kennis en ziedaar..... er verschijnt een oplossing aan de horizon :) Dus die tumor, die kanker heeft ook zo z'n voordelen gehad. Meer voordelen hoef ik niet, dus die kanker kan wel weg nu.
Oja, ik was niet meer te genezen, maar, méér kanker hoeft er niet bij. Zo is het wel genoeg. Die ene tumor mag, als die zich koest houdt, wel blijven. Mits ik dan nog zeker zo'n 10 jaar mag blijven leven. Ik moet een soort van Cesar der tumoren worden. 'SSHhhhhht! Koest jij!'. Hahaha ja dat gaat lekker zo.

Ik word niet meer beter. Maar word ik slechter dan? Ik word slechter ter been. Dat wel. Maar daar moet dan toch iets tegenover staan? Immers, elk voordeel hep sen nadeel, dus elk nadeel hep sen voordeel. Dat wordt dus een uitdaging om dáár achter te komen. Wat het voordeel is van mijn nadeel (die tumor). Net zoals een plaatje vinden voor bij dit bericht. Op Google gezocht op 'ik word niet beter'. Mijn hemel wat een hoop plaatjes met een hoog spring-van-het-dakgehalte. Nee, dan maar wat anders erbij gezocht :D